
Welke maat? Liever edelstaal, argentaan of aurigaan?
Eenvoudig of dubbel gebroken? Regina weet het gewoon
niet. Gisteren was ze nog zo blij met haar eerste
paard. Maar vandaag staat ze voor de schappen met
bitten in de ruitersportwinkel en is ze radeloos. Haar
verzorgpaard liep gewoon met een enkel gebroken
bit, maar of dat ook de juiste keuze is voor haar eigen
paard?
Het probleem van het kiezen begint al bij het materiaal.
Het is de bedoeling dat het paard tot genotvol
kauwen wordt gestimuleerd, zodat de tongspieren
kunnen ontspannen. Want als de tongspier gespannen
is, heeft dat zijn uitwerking op de spieren in het
onderste deel van zijn nek. In de westernsport wordt
daarvoor het Sweet Iron gebruikt: roestend ijzer met
koperinslagen. Het koper oxideert en veroorzaakt
kleine microvolt stroomstootjes. Het licht kriebelen
en de ijzerachtige smaak, die door oxidatie wordt veroorzaakt,
stimuleren het kauwen. Deze bitten horen
dus te roesten. Veel mensen gaan het schoonmaken
of denken dat het bit geen goede kwaliteit is. Roest is
oxidatie.
Bij het klassieke rijden is stabiel edelstaal gebruikelijk.
Maar omdat edelstaal de speekselproductie slechts
beperkt stimuleert, wordt het vaak met koperstukken
gecombineerd. Deze stukken moeten regelmatig
op slijtage worden onderzocht, omdat koper zeer
zacht is. Soms ontstaat op de bitten een groenachtige
aanslag. Een onderzoek van de universiteit Hannover
heeft echter uitgewezen dat deze oxidatiesporen
niet - zoals vaak gedacht wordt – giftig zijn voor het
paard.
Behalve de edelstaalbitten bestaan er ook bitten,
vervaardigd uit argentaan. Dat materiaal bevat
zestig procent koper, maar is desondanks zeer hard.
De Duitse firma Sprenger heeft daarnaast bitten uit
aurigaan met een koperaandeel van maar liefst 85
procent op de markt gebracht, die net zo hard zijn als
argentaan. “Ten slotte is het wel belangrijk om naar
het paard te luisteren", vindt Sabine Ellinger vanuit
haar jarenlange ervaring als wedstrijd- en showruiter.
“We hebben een paard dat alleen kunststof bitten
met appelsmaak accepteert." Dat moet echter om
de paar maanden worden vervangen omdat het
kauwen erop scherpe kanten veroorzaakt, verklaart
de trainster uit Murrhardt. Ook Brigitte Schulte,
verkoopleidster bij Sprenger en coauteur van het
boek ‘Leiden met gevoel' raadt aan voorzichtig te zijn
met kunststof- of rubberbitten: “Paarden die weinig
speeksel aanmaken kunnen daarmee makkelijk
in hun mond worden verwond. Vooral rubber
kan dan echt als een gom werken." Belangrijk
bij deze bitten is een staalkern, zodat het
bit niet kapot gekauwd kan worden of
kan breken. Hetzelfde probleem kunnen
ook holle bitten veroorzaken. Zij breken
snel en liggen vanwege hun lichtgewicht te
onrustig in de mond.
Enkelvoudig gebroken bit
Deze bitten oefenen druk uit op de tong en de laden. Olijvenkopbitten beschermen
door de directe verbinding van ring en bit de lippen beter dan watertrensen, omdat
zij niet in de gaten voor de ringen ingeklemd kunnen worden. Ringen en mondstuk
zijn echter minder beweeglijk, waardoor het bit bij het trekken aan de teugels sterker
in de mond draait. Het gevreesde notenkrakereffect waarbij het enkelvoudig gebroken
bit de tong zou inklemmen en het middenstuk in het gehemelte zou steken, kon
volgens de röntgenopnames van vakdierenarts Dr. Peter Witzmann uit Leinfelden-
Echterdingen, oprichter van de paardenkliniek Kirchheim, niet worden bevestigd. Het
gladde oppervlak van de tong maakt het inklemmen onmogelijk. Daarnaast hangt
het bit in losse toestand altijd licht naar voren en draait zelfs bij het aantrekken met
45 graden naar achteren. De afstand tot het gehemelte wordt groter, alleen de tong
wordt bij stevig trekken aan de teugels erin betrokken. Alleen bij zeer vlezige tongen
is er gevaar voor het gehemelte. Sabine Ellinger raadt schenkelbitten aan voor jonge
paarden die men nog sterk via de binnenste teugel moet voeren. De buitenste stang
van het bit drukt daarbij
tegen de paardenmond
en het paard leert op
de buitenste teugel te
reageren.
Afbeelding: “De klassieker: de enkelvoudig gebroken watertrens"
Dubbel gebroken bit
Dit bit past zich door zijn twee gewrichten zeer makkelijk aan de paardenmond
aan en ligt ook op tong en lippen. De röntgenfoto's van Dr. Pieter Witzmann
tonen aan, dat - anders dan altijd werd aangenomen - dubbel gebroken
bitten niet verder verwijderd van het gehemelte liggen dan enkelvoudig
gebroken bitten. Zij hebben echter een belangrijk voordeel: enkelvoudig gebroken
kan een bit snel als een stang werken, als te sterk aan een teugel wordt
getrokken. Bij bitten met meerdere componenten zoals dubbel gebroken
bitten wordt dat voorkomen. Het middenstuk is rond of vlak (Dr. Bristol) en uit
hetzelfde materiaal als de uiteinden of uit koper
vervaardigd. Vlakke platen
brengen het gevaar met
zich mee bij druk hoogkant
te gaan staan en
met de hoek op de tong
in te werken.
Afbeelding: “Het Sprenger KK-Ultra-bit werd speciaal volgens onderzoeken aan de universiteit van Hannover ontwikkeld"
Gebroken bit met hefboom
Gebroken bitten met hefboom zijn bij het westernrijden gebruikelijk, vaak ter
voorbereiding op het stangenbit met Shanks. Deze bitten zijn minder geschikt voor
paarden die nog een sterke zijwaartse aanleuning nodig hebben, omdat de teugel
normalerwijze alleen aan de onderste aanhaling wordt bevestigd. Ook in de springsport
worden deze bitten toegepast. Daar verlopen over het algemeen de teugels van
de trensenring en de teugels van de aanhaling naar de ruiter. Bij het Pelham kan zowel
het bovenste als het onderste einde van de aanhaling met een Pelhamriempje worden
verbonden, zodat de ruiter maar twee teugels vasthoudt. De aanhalingen
mogen bij de Pelham maximaal zeven centimeter
lang zijn. Daarom kan hier geen afstandsstang aan
de onderste einden van de aantrekking worden
gebruikt, zoals bij deze bitten wordt aanbevolen.
De stang voorkomt dat het bit draait. Een
kinketting of een leren riem fixeert het bit op de
lippen en veroorzaakt zo een hefboomwerking op
de onderkaak.
Afbeelding: “Het Pelham zie je vaak bij springwedstrijden"
Stangen zonder hefboom
Stangenbitten zonder tongvrijheid (opwelving in het middengedeelte) worden door
de tong gedragen en hebben weinig contact tot de laden. Bij gelijktijdige teugelinwerking
werkt het bit mild. Eenzijdige hulpen komen te vaag aan. Te grote bitten
draaien snel en drukken op een kant van de laden en op het gehemelte. Stangen
zijn geschikt voor paarden met een vlakke kaak en zulke die gebroken bitten maar
moeilijk accepteren. Het paard kan bij een stang echter makkelijk zijn tong erover leggen.
Dan is een kleine tonvrijheid raadzaam. Zulke bitten liggen sterk op de laden en
maken duidelijkere hulpen mogelijk. Bij het gebruik van stangen mag het paard zijn
hoofd niet te hoog dragen, anders werken deze in plaats op de lippen en tong pijnlijk
in op de lippen, mondhoeken en kiezen.
Het paard moet daarnaast met
een subtiele hand worden gebogen,
want anders draait het bit.
Afbeelding: “Stangen van kunststof"
Stangen met hefboom
De aanhaling boven het mondstuk waarin de bakkenriemen
worden ingehangen heet bovenboom, de aanhaling
onder het mondstuk onderboom. Hoe langer en rechter de
onderboom, des te scherper is het bit. Deze bitten worden
met vier teugels (teugels aan de onderboom en teugels aan
het mondstuk) of twee teugels aan de onderboom (blanke
kandare) gebruikt. Stangen met hefboom werken op drie
manieren: bij het trekken aan de teugel beweegt de onderboom
naar achteren, het gebit wordt gedraaid, de kinriem
werkt in op de kingroef. Als de riem gespannen is, werkt
het bit op tong en laden, de bovenbomen oefenen druk op
de nek uit. Belangrijk is de vrijheid van de tong. Als deze
maar klein is of helemaal ontbreekt, drukt het bit alleen op
de tong en de hulpen worden onduidelijk. Hoe groter de
tongvrijheid, des te hoger is de druk op de laden en het
gebit wordt scherper. Het paard kan het bit meer met de
tong optillen om de druk op de laden te voorkomen. Ook
het gehemelte loopt dan gevaar.
Afbeelding: “Westernbit:Sweet-Water-Bit"
Dressuurkandare
De dressuurkandare bestaat uit een stangenbit en een onderlegtrens. De trens maakt
het stellen en buigen van het paard mogelijk, de stang zorgt voor een goede hoofdpositie.
De kinketting begrenst de draaiing van het bit en leidt de druk van de nek en
de mondhoeken op kin en tong. Zij moet zo hoog zitten dat de onderboom bij een
aangenomen teugel een hoek van hooguit 45 graden tot de mondhoek vormt. Als
ze te lang is, kan het bit niet goed inwerken en kan dit bit met tongvrijheid tegen het
gehemelte aandrukken. Als ze te kort is, ontstaat een constante druk op kin en tong.
Je moet een tot twee vingers tussen ketting en kin kunnen schuiven. Lange onderbomen
zijn scherper. De hulpen komen echter later bij het paard aan, zodat
een onrustige hand niet elke keer stoort. Grof aan de teugels trekken
kan een paard echter wel verwonden.
Korte aantrekkingen werken
milder, elke kleine trek komt echter
direct aan. De lengteverhouding
van boven- en onderbomen moet
bij ongeveer 1:2 liggen. Hoe langer
de onderbomen en hoe korter de
bovenbomen, hoe scherper het
inwerkt.
Afbeelding: “De dressuurkandare"
Lengte en sterkte
Als de keuze van het juiste materiaal gemaakt is,
komt de volgende vraag: Wat is de juiste lengte en
sterkte van het bit? Als het bit in de mond ligt, moet
het aan iedere kant een halve centimeter uitsteken.
Hoewel de juiste lengte nog vrij makkelijk uit
te vogelen is, wordt het bepalen van de sterkte al
moeilijker. Met zijn vingers moet de ruiter voelen
hoeveel ruimte er tussen de boven- en onderkaak
is. Onderzoeken van de universiteit Hannover in
samenwerking met Sprenger hebben uitgewezen,
dat er veel minder ruimte is in de paardenmond
dan men ooit dacht. Het gehemelte is vlakker en de
tong vult bijna de gehele mondholte. Daarom geldt
al lang niet meer: hoe dikker het bit, des te zachter.
Hoewel smalle bitten scherper zijn, kunnen ook dikke
bitten in smalle monden onaangenaam inwerken.
Daarom moet bij paarden een dikte van minimaal
veertien millimeter en bij pony's een dikte van tien
millimeter worden aangehouden. Een stangenbit
moet minimaal veertien millimeter dik zijn. Westernbitten
zijn over het algemeen smaller, maar ook hier
is een minimale dikte van tien millimeter belangrijk.
De in de westernsport gebruikelijke ‘Pull and Slack'
methode, waarbij de teugels slechts impulsachtig
worden aangenomen en meteen weer ontspannen
komen te hangen, kan op die manier precies worden
uitgevoerd.
Het bit moet zo zitten dat een tot twee rimpels in de
mondhoek ontstaan, afhankelijk van de individuele
mondvorm. Een uitzondering hierop zijn stangenbitten,
waarbij de mondhoek alleen maar ertegenaan ligt.
Hefboomwerking
Of bitten met een hefboomwerking zinvol zijn, is
afhankelijk van het opleidingsniveau van paard en
ruiter. “Een kandare werkt zevenmaal scherper dan
een gewoon bit", legt Sabine Ellinger uit. “De ruiter
moet absoluut teugelonafhankelijk kunnen rijden en
het paard mag niet in de teugels gaan hangen. Het
moet zichzelf dragen." Het beheersen van alle zijgangen
is volgens de 41-jarige eveneens een vereiste.
Westernbitten met Shanks helpen het ‘Pull and Slack'
te verfijnen. “Daarbij wordt sneller gereageerd en
men kan vlugger loslaten, de hulpen worden fijner",
verklaart Ralf Drinsinger van de firma JD, die bitten
van de Continental-Pullmann-Saddlery verkoopt.
“Shanks worden gebruikt om met één hand te rijden.
Het paard moet absoluut uitgebalanceerd zijn en
mag geen zijwaartse begrenzing nodig hebben. De
ruiter zou dus amper iets met die ene hand hoeven
te doen." Een eerste vereiste is dus een hoge mate
van verzameling. “Scherpere bitten mogen nooit
worden gebruikt om aanleuningsproblemen op te
lossen. Helaas gebeurt dat vaak wel", constateert
Sabine Ellinger. “Daarbij moet ook een zeer goed
opgeleid paard alle oefeningen zonder problemen
met een gewoon bit kunnen uitvoeren."
Goed of fout ?
Afbeelding: “Zo zit het allemaal goed: de mond is ontspannen
en gesloten
"
|
Afbeelding: “Te hoog: de lippen drukken op de scherpe kiezen
"
|
Afbeelding: “Te laag: de tong kan over het gebit worden gelegd"
|
Afbeelding: “Te wijd: het bit schuift op en neer, onprecieze hulpen"
|
Afbeelding: “Te smal: zo drukt het op de mondhoeken en schuurt deze open "
|
|
TIP van Annemarie van der Toorn
Wij gebruiken rubber bitten eigenlijk
alleen maar als paarden
die bij ons komen moeite hebben
met het innemen van het bit. Een
rubber bit kan niet hard tegen de
tanden aan komen en maakt het
soms makkelijker voor het paard
om het bit te nemen. Daarna
wordt er verder getraind met het
paard tot hij weer een metalen bit
wil nemen.