Horse Event

Hoe bitten functioneren, Met volle mond

vrijdag 19 juni 2009

Naast stemhulpen, beenhulpen en gewichtshulpen kun je invloed uitoefenen op het paard door middel van een bit. Het is heel belangrijk dat een bit goed in de paardenmond past, want alleen dan werkt het zoals het bedoeld is. Een slecht passend bit kan het paard namelijk onnodig pijn doen. De redactie van ROS nam een aantal bitten onder de loep.


Welke maat? Liever edelstaal, argentaan of aurigaan? Eenvoudig of dubbel gebroken? Regina weet het gewoon niet. Gisteren was ze nog zo blij met haar eerste paard. Maar vandaag staat ze voor de schappen met bitten in de ruitersportwinkel en is ze radeloos. Haar verzorgpaard liep gewoon met een enkel gebroken bit, maar of dat ook de juiste keuze is voor haar eigen paard?

Het probleem van het kiezen begint al bij het materiaal. Het is de bedoeling dat het paard tot genotvol kauwen wordt gestimuleerd, zodat de tongspieren kunnen ontspannen. Want als de tongspier gespannen is, heeft dat zijn uitwerking op de spieren in het onderste deel van zijn nek. In de westernsport wordt daarvoor het Sweet Iron gebruikt: roestend ijzer met koperinslagen. Het koper oxideert en veroorzaakt kleine microvolt stroomstootjes. Het licht kriebelen en de ijzerachtige smaak, die door oxidatie wordt veroorzaakt, stimuleren het kauwen. Deze bitten horen dus te roesten. Veel mensen gaan het schoonmaken of denken dat het bit geen goede kwaliteit is. Roest is oxidatie.

Bij het klassieke rijden is stabiel edelstaal gebruikelijk. Maar omdat edelstaal de speekselproductie slechts beperkt stimuleert, wordt het vaak met koperstukken gecombineerd. Deze stukken moeten regelmatig op slijtage worden onderzocht, omdat koper zeer zacht is. Soms ontstaat op de bitten een groenachtige aanslag. Een onderzoek van de universiteit Hannover heeft echter uitgewezen dat deze oxidatiesporen niet - zoals vaak gedacht wordt – giftig zijn voor het paard.

Behalve de edelstaalbitten bestaan er ook bitten, vervaardigd uit argentaan. Dat materiaal bevat zestig procent koper, maar is desondanks zeer hard. De Duitse firma Sprenger heeft daarnaast bitten uit aurigaan met een koperaandeel van maar liefst 85 procent op de markt gebracht, die net zo hard zijn als argentaan. “Ten slotte is het wel belangrijk om naar het paard te luisteren", vindt Sabine Ellinger vanuit haar jarenlange ervaring als wedstrijd- en showruiter. “We hebben een paard dat alleen kunststof bitten met appelsmaak accepteert." Dat moet echter om de paar maanden worden vervangen omdat het kauwen erop scherpe kanten veroorzaakt, verklaart de trainster uit Murrhardt. Ook Brigitte Schulte, verkoopleidster bij Sprenger en coauteur van het boek ‘Leiden met gevoel' raadt aan voorzichtig te zijn met kunststof- of rubberbitten: “Paarden die weinig speeksel aanmaken kunnen daarmee makkelijk in hun mond worden verwond. Vooral rubber kan dan echt als een gom werken." Belangrijk bij deze bitten is een staalkern, zodat het bit niet kapot gekauwd kan worden of kan breken. Hetzelfde probleem kunnen ook holle bitten veroorzaken. Zij breken snel en liggen vanwege hun lichtgewicht te onrustig in de mond.

Enkelvoudig gebroken bit
Deze bitten oefenen druk uit op de tong en de laden. Olijvenkopbitten beschermen door de directe verbinding van ring en bit de lippen beter dan watertrensen, omdat zij niet in de gaten voor de ringen ingeklemd kunnen worden. Ringen en mondstuk zijn echter minder beweeglijk, waardoor het bit bij het trekken aan de teugels sterker in de mond draait. Het gevreesde notenkrakereffect waarbij het enkelvoudig gebroken bit de tong zou inklemmen en het middenstuk in het gehemelte zou steken, kon volgens de röntgenopnames van vakdierenarts Dr. Peter Witzmann uit Leinfelden- Echterdingen, oprichter van de paardenkliniek Kirchheim, niet worden bevestigd. Het gladde oppervlak van de tong maakt het inklemmen onmogelijk. Daarnaast hangt het bit in losse toestand altijd licht naar voren en draait zelfs bij het aantrekken met 45 graden naar achteren. De afstand tot het gehemelte wordt groter, alleen de tong wordt bij stevig trekken aan de teugels erin betrokken. Alleen bij zeer vlezige tongen is er gevaar voor het gehemelte. Sabine Ellinger raadt schenkelbitten aan voor jonge paarden die men nog sterk via de binnenste teugel moet voeren. De buitenste stang van het bit drukt daarbij tegen de paardenmond en het paard leert op de buitenste teugel te reageren.

De klassieker: de enkelvoudig gebroken watertrens
Afbeelding: “De klassieker: de enkelvoudig gebroken watertrens"

Dubbel gebroken bit
Dit bit past zich door zijn twee gewrichten zeer makkelijk aan de paardenmond aan en ligt ook op tong en lippen. De röntgenfoto's van Dr. Pieter Witzmann tonen aan, dat - anders dan altijd werd aangenomen - dubbel gebroken bitten niet verder verwijderd van het gehemelte liggen dan enkelvoudig gebroken bitten. Zij hebben echter een belangrijk voordeel: enkelvoudig gebroken kan een bit snel als een stang werken, als te sterk aan een teugel wordt getrokken. Bij bitten met meerdere componenten zoals dubbel gebroken bitten wordt dat voorkomen. Het middenstuk is rond of vlak (Dr. Bristol) en uit hetzelfde materiaal als de uiteinden of uit koper vervaardigd. Vlakke platen brengen het gevaar met zich mee bij druk hoogkant te gaan staan en met de hoek op de tong in te werken.

Het Sprenger KK-Ultra-bit werd speciaal volgens onderzoeken aan de universiteit van Hannover ontwikkeld
Afbeelding: “Het Sprenger KK-Ultra-bit werd speciaal volgens onderzoeken aan de universiteit van Hannover ontwikkeld"

Gebroken bit met hefboom
Gebroken bitten met hefboom zijn bij het westernrijden gebruikelijk, vaak ter voorbereiding op het stangenbit met Shanks. Deze bitten zijn minder geschikt voor paarden die nog een sterke zijwaartse aanleuning nodig hebben, omdat de teugel normalerwijze alleen aan de onderste aanhaling wordt bevestigd. Ook in de springsport worden deze bitten toegepast. Daar verlopen over het algemeen de teugels van de trensenring en de teugels van de aanhaling naar de ruiter. Bij het Pelham kan zowel het bovenste als het onderste einde van de aanhaling met een Pelhamriempje worden verbonden, zodat de ruiter maar twee teugels vasthoudt. De aanhalingen mogen bij de Pelham maximaal zeven centimeter lang zijn. Daarom kan hier geen afstandsstang aan de onderste einden van de aantrekking worden gebruikt, zoals bij deze bitten wordt aanbevolen. De stang voorkomt dat het bit draait. Een kinketting of een leren riem fixeert het bit op de lippen en veroorzaakt zo een hefboomwerking op de onderkaak.

Het Pelham zie je vaak bij springwedstrijden
Afbeelding: “Het Pelham zie je vaak bij springwedstrijden"

Stangen zonder hefboom
Stangenbitten zonder tongvrijheid (opwelving in het middengedeelte) worden door de tong gedragen en hebben weinig contact tot de laden. Bij gelijktijdige teugelinwerking werkt het bit mild. Eenzijdige hulpen komen te vaag aan. Te grote bitten draaien snel en drukken op een kant van de laden en op het gehemelte. Stangen zijn geschikt voor paarden met een vlakke kaak en zulke die gebroken bitten maar moeilijk accepteren. Het paard kan bij een stang echter makkelijk zijn tong erover leggen. Dan is een kleine tonvrijheid raadzaam. Zulke bitten liggen sterk op de laden en maken duidelijkere hulpen mogelijk. Bij het gebruik van stangen mag het paard zijn hoofd niet te hoog dragen, anders werken deze in plaats op de lippen en tong pijnlijk in op de lippen, mondhoeken en kiezen. Het paard moet daarnaast met een subtiele hand worden gebogen, want anders draait het bit.

Stangen van kunststof
Afbeelding: “Stangen van kunststof"

Stangen met hefboom
De aanhaling boven het mondstuk waarin de bakkenriemen worden ingehangen heet bovenboom, de aanhaling onder het mondstuk onderboom. Hoe langer en rechter de onderboom, des te scherper is het bit. Deze bitten worden met vier teugels (teugels aan de onderboom en teugels aan het mondstuk) of twee teugels aan de onderboom (blanke kandare) gebruikt. Stangen met hefboom werken op drie manieren: bij het trekken aan de teugel beweegt de onderboom naar achteren, het gebit wordt gedraaid, de kinriem werkt in op de kingroef. Als de riem gespannen is, werkt het bit op tong en laden, de bovenbomen oefenen druk op de nek uit. Belangrijk is de vrijheid van de tong. Als deze maar klein is of helemaal ontbreekt, drukt het bit alleen op de tong en de hulpen worden onduidelijk. Hoe groter de tongvrijheid, des te hoger is de druk op de laden en het gebit wordt scherper. Het paard kan het bit meer met de tong optillen om de druk op de laden te voorkomen. Ook het gehemelte loopt dan gevaar.

Westernbit: Sweet-Water-Bit
Afbeelding: “Westernbit:Sweet-Water-Bit"

Dressuurkandare
De dressuurkandare bestaat uit een stangenbit en een onderlegtrens. De trens maakt het stellen en buigen van het paard mogelijk, de stang zorgt voor een goede hoofdpositie. De kinketting begrenst de draaiing van het bit en leidt de druk van de nek en de mondhoeken op kin en tong. Zij moet zo hoog zitten dat de onderboom bij een aangenomen teugel een hoek van hooguit 45 graden tot de mondhoek vormt. Als ze te lang is, kan het bit niet goed inwerken en kan dit bit met tongvrijheid tegen het gehemelte aandrukken. Als ze te kort is, ontstaat een constante druk op kin en tong. Je moet een tot twee vingers tussen ketting en kin kunnen schuiven. Lange onderbomen zijn scherper. De hulpen komen echter later bij het paard aan, zodat een onrustige hand niet elke keer stoort. Grof aan de teugels trekken kan een paard echter wel verwonden. Korte aantrekkingen werken milder, elke kleine trek komt echter direct aan. De lengteverhouding van boven- en onderbomen moet bij ongeveer 1:2 liggen. Hoe langer de onderbomen en hoe korter de bovenbomen, hoe scherper het inwerkt.

 De dressuurkandare
Afbeelding: “De dressuurkandare"

Lengte en sterkte
Als de keuze van het juiste materiaal gemaakt is, komt de volgende vraag: Wat is de juiste lengte en sterkte van het bit? Als het bit in de mond ligt, moet het aan iedere kant een halve centimeter uitsteken. Hoewel de juiste lengte nog vrij makkelijk uit te vogelen is, wordt het bepalen van de sterkte al moeilijker. Met zijn vingers moet de ruiter voelen hoeveel ruimte er tussen de boven- en onderkaak is. Onderzoeken van de universiteit Hannover in samenwerking met Sprenger hebben uitgewezen, dat er veel minder ruimte is in de paardenmond dan men ooit dacht. Het gehemelte is vlakker en de tong vult bijna de gehele mondholte. Daarom geldt al lang niet meer: hoe dikker het bit, des te zachter. Hoewel smalle bitten scherper zijn, kunnen ook dikke bitten in smalle monden onaangenaam inwerken. Daarom moet bij paarden een dikte van minimaal veertien millimeter en bij pony's een dikte van tien millimeter worden aangehouden. Een stangenbit moet minimaal veertien millimeter dik zijn. Westernbitten zijn over het algemeen smaller, maar ook hier is een minimale dikte van tien millimeter belangrijk. De in de westernsport gebruikelijke ‘Pull and Slack' methode, waarbij de teugels slechts impulsachtig worden aangenomen en meteen weer ontspannen komen te hangen, kan op die manier precies worden uitgevoerd. Het bit moet zo zitten dat een tot twee rimpels in de mondhoek ontstaan, afhankelijk van de individuele mondvorm. Een uitzondering hierop zijn stangenbitten, waarbij de mondhoek alleen maar ertegenaan ligt.

Hefboomwerking
Of bitten met een hefboomwerking zinvol zijn, is afhankelijk van het opleidingsniveau van paard en ruiter. “Een kandare werkt zevenmaal scherper dan een gewoon bit", legt Sabine Ellinger uit. “De ruiter moet absoluut teugelonafhankelijk kunnen rijden en het paard mag niet in de teugels gaan hangen. Het moet zichzelf dragen." Het beheersen van alle zijgangen is volgens de 41-jarige eveneens een vereiste. Westernbitten met Shanks helpen het ‘Pull and Slack' te verfijnen. “Daarbij wordt sneller gereageerd en men kan vlugger loslaten, de hulpen worden fijner", verklaart Ralf Drinsinger van de firma JD, die bitten van de Continental-Pullmann-Saddlery verkoopt. “Shanks worden gebruikt om met één hand te rijden. Het paard moet absoluut uitgebalanceerd zijn en mag geen zijwaartse begrenzing nodig hebben. De ruiter zou dus amper iets met die ene hand hoeven te doen." Een eerste vereiste is dus een hoge mate van verzameling. “Scherpere bitten mogen nooit worden gebruikt om aanleuningsproblemen op te lossen. Helaas gebeurt dat vaak wel", constateert Sabine Ellinger. “Daarbij moet ook een zeer goed opgeleid paard alle oefeningen zonder problemen met een gewoon bit kunnen uitvoeren."

Goed of fout ?

Zo zit het allemaal goed: de mond is ontspannen
en gesloten
Afbeelding: “Zo zit het allemaal goed: de mond is ontspannen en gesloten "

Te hoog: de lippen drukken op de scherpe kiezen
Afbeelding: “Te hoog: de lippen drukken op de scherpe kiezen "

Te laag: de tong kan over het gebit worden gelegd
Afbeelding: “Te laag: de tong kan over het gebit worden gelegd"

Te wijd: het bit schuift op en neer, onprecieze hulpen
Afbeelding: “Te wijd: het bit schuift op en neer, onprecieze hulpen"

Te smal: zo drukt het op de mondhoeken en schuurt deze open
Afbeelding: “Te smal: zo drukt het op de mondhoeken en schuurt deze open "

TIP van Annemarie van der Toorn
Wij gebruiken rubber bitten eigenlijk alleen maar als paarden die bij ons komen moeite hebben met het innemen van het bit. Een rubber bit kan niet hard tegen de tanden aan komen en maakt het soms makkelijker voor het paard om het bit te nemen. Daarna wordt er verder getraind met het paard tot hij weer een metalen bit wil nemen.


Door: ROS juli/augustus 2009



| More


Lees ook:



Reclame

Mijn Account

E-mail

 

Wachtwoord

 

Registeren

Wachtwoord vergeten ?

Help

Sponsoren


Oxer Ruitersport


Paard verzekeren

Paard verzekeren

van Cooten Diervoeders * Masters *

Van Lit aanhangwagens

4wdcars.nl
ROS Magazine
Horsimo, het grootste BLIJVEND GRATIS maandelijkse paarden- en ponytijdschrift